Kies werk- en groeperingsvormen die talige interactie stimuleren. Denk na over het aantal deelnemers en zorg ervoor dat ze allemaal aan het woord komen.  

Werkvormen in groepen stimuleren talige interactie. Daarbij zal je moeten beslissen hoe je de groepen verdeelt. De meeste onderzoeken duiden aan dat heterogene groepen het grootste leerpotentieel opleveren. Als je sterke en zwakke kinderen samen in een groep indeelt, zullen ze elkaar maximaal kunnen helpen. De sterken ondersteunen de zwakken en verdiepen zo hun kennis doordat ze iets uitleggen. De zwakken krijgen één-op-één uitleg van een peer (een ander kind dus). (T’Sas, 2013, p. 25)

Die wederzijdse hulp en interactie is ook nuttig voor taalverwerving. In een context met anderstalige nieuwkomers zal je, zoals in elke groep, merken dat er kinderen zijn die sterker zijn, iets verder staan qua taalontwikkeling of uitblinken in bepaalde vaardigheden. Je kan bij groepsverdeling dus rekening houden met een heel spectrum individuele kindkenmerken, waaronder taalvaardigheid Nederlands,  om heterogene groepen te maken.

 

Je kan er ook voor kiezen om kinderen met dezelfde thuistaal of kennis van een gemeenschappelijke taal eens samen in een groep een opdracht te laten uitvoeren (homogene groep op basis van taalkennis van een bepaalde vreemde taal). Zo kunnen ze elkaar bij ingewikkelde opdrachten beter helpen om de Nederlandstalige instructies beter te begrijpen en uit te voeren (zie functioneel meertalig leren).

Ook het aantal deelnemers per groep kan variëren. Om interactie te stimuleren is een opdracht per twee uitvoeren ideaal. Ook vragen eerst eens per twee bespreken voor je ze met de hele groep bespreekt, laat het aantal kinderen dat aan het praten is aanzienlijk stijgen. Om zoveel mogelijk interactie te garanderen zijn groepen van drie of vier leden het meest geschikt. In grotere groepen zullen stillere kinderen naar de achtergrond verdwijnen (T’Sas, 2013, p. 24).

Als je tot slot de inhoud van het groepswerk kiest, let je er vooral op dat er veel interactiekansen zijn. Kies een boeiend onderwerp of een interessante activiteit die veel taal uitlokt. Dat doe je door ervoor te zorgen dat elk groepslid in interactie wil of moét gaan om de opdracht tot een goed einde te brengen. (T’Sas, 2013).

 

Meer lezen 

T’Sas, J. (2013). Sprekend leren. Brugge: Die Keure.

Jordens, K. (2016). Meertalige eilandjes in een eentalige zee, een goed idee? In L. Van Praag, S. Sierens, O. Agirdag, P. Lambert, S. Slembrouck, P. Van Avermaet, … M. Van Houtte (Reds.), Haal meer uit meertaligheid. Omgaan met talige diversiteit in het basisonderwijs (pp. 33-50). Leuven: Acco.