Zet in op denkstimulerende interactie. Stel voldoende bijkomende vragen. Durf doordenken en doorpraten.
Taal is vaak een middel om allerlei problemen op te lossen. Het denken in taal gieten, focussen op goede vragen, reflecteren op het proces en redeneren zijn vaardigheden die kinderen toelaten om wetenschappelijk te denken. Open vragen, doorvragen, langere antwoorden en de tijd om die antwoorden te formuleren zorgen ervoor dat denkstimulerende interactie, het blijvend nadenken over onderwerpen of problemen, heel wat taalproductiekansen biedt.
Marlies Algoet beschrijft in Maximaal Megataal (2016) bijvoorbeeld hoe je interactie verder kan uitbreiden. Ze geeft onder andere volgende tips om denkvaardigheden in de eerste plaats te stimuleren:
- Stel hoe- en waarom-vragen (zie ook ‘gevarieerde vragen stellen’ en ‘bijkomende vragen stellen’)
- Creëer een probleem
- Laat de kinderen vergelijken, classificeren en associëren
- Stimuleer voorspellen
- Lanceer een interessante vaststelling
- Beweer iets absurds of prikkelends
- Geef extra informatie
Een voorbeeld over lichtgevende schoenen (Broekhof, 2017):
Als je de kinderen aan het denken hebt gekregen, is het belangrijk dat je hen verder stimuleert en het denkproces niet te snel loslaat. Twee of meer gesprekspartners richten zich zo samen op een probleem, een gebeurtenis of een activiteit om beter te begrijpen wat er gebeurt en om verklaringen te vinden. Zo ontstaat wat men sustained shared thinking of samen doordenken noemt. (Sylva et al., 2004) Benut meerdere conversational turns om verder en dieper na te denken. Probeer ‘raad-eens-wat-ik-denk’-vragen te vermijden. Stel dus geen vragen waarop het kind een antwoord moet geven dat jij al in je hoofd hebt. Ga echt samen doordenken om aan sustained shared thinking te doen! (Broekhof, 2017)
Je eigen gedachtegang luidop verwoorden (modeling), geeft de kinderen daarbij al een goed voorbeeld. Tijdens het gesprek kan je dan verder gaan begeleiden door samen te vatten, de kinderen aan te moedigen en ideeën van de kinderen te verduidelijken. Je mag zeker ook zelf suggesties doen, een ander standpunt inbrengen of je eigen ervaringen verwoorden. Daarbij kan je dan een parallel leggen met de leefwereld van de kinderen.
Enkele vragen die je kunnen helpen om dan ook effectief samen door te denken:
· Kan je me daar meer over vertellen?
· Ik weet het niet. Wat denk jij? · Ik vraag me af waarom…? · Hoe denk je dat …? · Zou het een verschil maken als … ? · Wat ik niet begrijp is … |
· Hoe weet je dat?
· Hoe kunnen we dat uitzoeken? · Wat zou er gebeuren als … ? · Wat hebben we nog nodig? · Wat gebeurde er toen … ? · Wat weet je nog over … ? |
Een videovoorbeeld van denkstimulerende interactie kan je via deze link bekijken.
Meer lezen Algoet M. (2016). Maximaal Megataal. Antwerpen: Garant. Broekhof, K. (2017). Samen doordenken met kinderen. Wat maakt VVE effectief? HJK, 6(44), 20-23. Cornelis, A. E. (2019). Zo stel je geen domme vragen: 14 strategieën voor meer taal en doordenken. Geraadpleegd via https://kleutergewijs.wordpress.com/2019/06/12/zo-stel-je-geen-domme-vragen-14-strategieen-voor-meer-taal-en-doordenken/ Sylva, K., Melhuish, E.C., Sammons, P., Siraj, I., & Taggart, B. (2004). The Effective Provision of Pre-School Education (EPPE) Project: Technical Paper 12 - The Final Report: Effective Pre-School Education. London, UK: DfES / Institute of Education, University of London. Van den Branden, K. (2017). Productieve interacties in de kleuterklas. Geraadpleegd via https://duurzaamonderwijs.com/2017/11/13/productieve-interacties-in-de-kleuterklas/