Zet in op talensensibilisering. Geef talen een plek in je klas en laat kinderen op een speelse manier kennismaken met een diversiteit aan talen.
Talensensibilisering zorgt voor een openheid voor taaldiversiteit, een groeiend inzicht in taal en hoe taal functioneert en een toenemende kennis over taal en taalvariëteiten. In tegenstelling tot taalinitiatie heeft talensensibilisering niet als doel kinderen een bepaalde taal aan te leren. Het gaat namelijk in zijn geheel over leren over talen.
Er zijn verschillende manieren om aan talensensibilisering te werken. Je kan bewust een talensensibiliserende activiteit kiezen of je kan ongepland ingaan op aanknopingspunten die zich spontaan voordoen. Dat kan op gelijk welk moment van de dag, tijdens een activiteit, tijdens eet- en speelmomenten of tijdens het onthaal en afscheid. Laat je hierbij inspireren door de omgeving en voorzie voldoende tijd om bewust met verschillende talen aan de slag te gaan. Streef naar een meertalige omgeving waarin meertalige boeken, liedjes, teksten een rol spelen, waarin anderstalige ouders betrokken worden of waarbij de verschillende thuistalen een plek krijgen.
Een talensensibiliserende activiteit kan bijvoorbeeld een activiteit zijn waarbij kinderen hun favoriete woord kiezen (in om het even welke taal). Met die verzameling woorden gaat de groep dan op zoek naar het mooiste woord. Of er wordt iets gedaan met de thuistaal van de kinderen en de situatie waarin ze die taal spreken.
Spontane momenten voor talensensibilisering zijn niet te voorspellen, maar we kunnen wel enkele voorbeelden geven.
- Zo schrijft een kind bijvoorbeeld ‘ship’ op als woord voor een voertuig over water. Deze fout kan je benutten om de groep op de gelijkenissen tussen het Engelse ‘ship’ en het Nederlandse ‘schip’ te wijzen. (Devlieger, Frijns, Sierens & Van Gorp, 2012)
- Tijdens sportactiviteiten kan op termen uit andere talen gewezen worden.
- Speel eens in op de thuistaal van een kind als het woord uit een bepaalde taal gebruikt.
Of je nu gepland of spontaan aan talensensibilisering werkt, zorg er altijd voor dat het functioneel blijft. Vraag de anderstalige kinderen niet zomaar te pas en te onpas ‘Hoe zeg je dat in jouw taal?’ enkel met als doel om aan talensensibilisering te werken. Een duidelijk aanknopingspunt en een geschikte context zijn belangrijk. Let er ook op dat je de stereotypen voorbij gaat. Een kind is meer dan een vertaalmachine voor zijn of haar thuistaal. De cultuurbeleving die bij een bepaalde taal hoort, is ook niet in elk gezin dat die taal spreekt hetzelfde.
Oog hebben voor en respect tonen voor de meertalige identiteit van kinderen bevordert ook het emotioneel veilig klimaat, een van de basisvoorwaarden voor taal leren.
Een videovoorbeeld kan je hier bekijken.
Meer lezen:
Devlieger, M., Frijns, C., Sierens, S., & Van Gorp, K. (2012). Is die taal van ver of van hier? Brussel: Vlaamse Onderwijsraad.